Beproefde tactiek in verkiezingstijd. Maak een karikatuur van kabinetsplannen.
In de aanloop naar de verkiezingen van 2 maart uiten diverse linkse partijen en de FNV in de Volkskrant kritiek op de kabinetsplannen voor de Wajong en de sociale werkvoorziening. Volgens de partijen verliezen tienduizenden mensen met een arbeidsbeperking hun baan en worden mensen veroordeeld tot een leven in armoede. Het is een beproefde tactiek in verkiezingstijd: maak een karikatuur van kabinetsplannen en zet je ertegen af. De kritiek van de oppositie is deze keer echter wel erg ongeloofwaardig.
De werkelijkheid is dat er momenteel 18.000 jongeren per jaar (50 per dag!) arbeidsongeschikt worden verklaard. Van deze jongeren belanden er veel in sociale werkplaatsen, in plaats van dat ze bij reguliere werkgevers aan de slag worden geholpen. Nederland is internationaal gezien koploper ‘beschut werken’, terwijl we juist achterlopen met regulier begeleid werken. De versnippering van de uitvoering van regelingen tussen gemeenten en UWV leidt er bovendien toe dat jongeren van de ene kaartenbak naar de andere worden geholpen, in plaats van aan werk. Het is daarom juist een maatschappelijke schande om deze praktijk van het op grote schaal afschrijven van jongeren met een beperking te laten voortbestaan.
Vrijwel alle politieke partijen kondigden in hun verkiezingsprogramma aan, toe te willen naar een regeling voor de onderkant van de arbeidsmarkt, gebaseerd op het uitgangspunt ‘meedoen naar vermogen’. Dit gaat in alle programma’s gepaard met een financiële besparing. Zo dacht de PvdA met de maatregel 700 miljoen euro te kunnen bezuinigen. Dit staat in schril contrast met de toon waarop de partij momenteel oppositie voert tegen de plannen, die overigens nog niet eens zijn uitgewerkt. Ook de eis van volledig inkomensbehoud is nieuw; de PvdA stelde in haar programma voor om een partnerinkomenstoets in te voeren voor een deel van de Wajongers. Dit is precies wat in het coalitieakkoord is afgesproken.
Voor mensen die duurzaam en volledig arbeidsongeschikt zijn, verandert er volgens het coalitieakkoord niets. Ook worden bestaande groepen in de Wajong en WSW vrijwel geheel ontzien. Op re-integratie wordt weliswaar fors bezuinigd, maar juist niet op de middelen voor mensen met een beperking. Wat overblijft, is de vormgeving van een nieuwe regeling die mensen stimuleert om naar vermogen mee te doen en die waar nodig steun biedt aan mensen die het niet (geheel) op eigen kracht kunnen reden. Daarbij zal een belangrijke rol zijn weggelegd voor gemeenten. Die zullen in de praktijk dan ook voldoende ruimte moeten krijgen om ondersteuning op maat te leveren aan mensen met een beperking.
Eén zorg hebben we wel gemeenschappelijk. Het succes van de hervorming staat of valt met het perspectief dat mensen daadwerkelijk krijgen op werk en inkomen. De hervorming moet daarom gepaard gaan met een grotere kans op werk bij reguliere werkgevers. Partijen als de SP en de PvdA staren zich blind op dwangmaatregelen zoals quota en ontslagverboden. Die leiden echter tot stigmatisering en vergroten de bereidheid van werkgevers niet. Beter is het, om de administratieve rompslomp aan te pakken waarmee werkgevers te maken krijgen als zij iemand met een beperking in dienst nemen. Het kabinet moet ‘sociaal ondernemerschap’ tot speerpunt van beleid maken. Ook moeten overheden bij aanbestedingen sociale aspecten meenemen, zoals het inschakelen van mensen met beperking bij de uitvoering. Deze en andere voorstellen staan in het manifest ‘Onbeperkt aan het werk’, dat het CDA onlangs heeft gepresenteerd. Wij dagen de linkse partijen uit om zich bij dit initiatief aan te sluiten, in plaats van schreeuwend langs de kant te blijven staan.
Eddy van Hijum en Mirjam Sterk zijn Tweede-Kamerlid voor het CDA
